Lexplicatie 4.1a; Politiewetgeving Politie en Publiek

Auteurs:
HelsenJongbloed prijs:
ca. € 59,50
Dit boek is uitverkocht
Boek | Ingenaaid | 544 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschijnt in 2009
ISBN-13: 9789013067750 | ISBN-10: 9013067751 |
Inhoudsopgave


Nieuwe editie
Er is van dit boek een recentere editie bekend.
Samenvatting
De Politiewet 1993 regelt de organisatie en het beheer van de Nederlandse politie. De wet bevat onder meer regels over taken en bevoegdheden van de politie, gezag en toezicht, de korpsindeling, bijzondere ambtenaren en de behandeling van klachten. Maatschappelijke ontwikkelingen houden de politiewetgeving sterk in beweging.
Te denken valt aan de uitbreiding van de identificatieplicht, nieuwe regelgeving op het gebied van integriteit en een nieuw stelsel van bewaking en beveiliging. In dit deel uit de serie Lexplicatie is de Politiewet 1993 voorzien van een inleiding en commentaar.Verder zijn opgenomen de overige wetten, verdragen en lagere regelingen die betrekking hebben op de taken en bevoegdheden van de politie, de uitvoering van de politietaak, bewapening, uitrusting en kleding en ten slotte de behandeling van klachten.
Serie
Rubriek / NUR
Staats- & Bestuursrecht
Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Politie, Politiewet
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Aanwijzing taken en inzet rijksrecherche
- Besluit aanwijzing van de personen ex artikel 6, tweede lid, van de Politiewet 1993
- Besluit taken vrijwillige ambtenaren van politie
- Circulaire bewaking en beveiliging personen, objecten en diensten
- Klachtenbehandeling
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 25-10-2011 | BS1729 | Binnentreden in woning. Art. 2.3 Algemene wet op het binnentreden. ?s Hofs oordeel dat de politieambtenaren in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs konden en mochten aannemen dat er sprake was van een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen waardoor terstond in de woning moest worden binnengetreden a.b.i. art. 2.3. Awbi geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd, mede in aanmerking genomen dat, zoals het Hof heeft vastgesteld, de voordeur van de woning van verdachte inmiddels ruim tien minuten openstond en sprake was van braakschade, zodat een gerede kans bestond dat in de woning van verdachte was of werd ingebroken en iemand (daardoor) hulp behoefde. Conclusie AG: anders. |
| 31-05-2011 | BQ1978 | Vordering legitimatiebewijs. In zijn overwegingen heeft het Hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat het vorderen van inzage van het legitimatiebewijs van de verdachte redelijkerwijs noodzakelijk was voor de uitoefening van de politietaak als bedoeld in art. 8a.1 Politiewet 1993. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de ambtenaren van politie de opdracht hadden gekregen extra controle uit te voeren op de voertuigen op de snelwegen langs, en de toe- en afritten vanuit en naar, Hendrik-Ido-Ambacht in verband met het terugdringen van het toenemende aantal inbraken in die gemeente, dat de verdachte zich in de bewuste nacht om 05.05 uur bevond in een voertuig op een afgelegen plaats in de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht, te weten een tankstation aldaar, dat zich in dat voertuig twee andere personen bevonden die antecedenten bleken te hebben ter zake van diefstal/inbraak en dat de bestuurder de politie had medegedeeld dat hij eerder was aangehouden omdat hij een breekijzer bij zich had. |
| 05-04-2011 | BO6693 | Opsporingsbevoegdheid verkeersassistenten. HR zet wettelijk kader uiteen (waaronder het Besluit houdende regels ter uitvoering van art. 142.4 Sv, het Bbo, Stb. 1994, 825 en de daarbij behorende nota van toelichting, art. 3.1 Politiewet 1993, het Besluit strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren van politie bij het regionale politiekorps Noord-Holland Noord, Stcrt. 11 april 2003, nr. 72, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2005, Stcrt. 14 december 2004, nr. 241 en de daarbij behorende nota van toelichting). Uit dit samenstel van bepalingen vloeit voort dat verkeersassistenten in dienst van het politiekorps Noord-Holland Noord zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar en dat zij als zodanig bevoegd zijn tot opsporing van ingevolge art. 20 ahf en onder a RVV 1990 strafbaar gestelde gedragingen, mits zij op dat moment beschikken over een geldige titel van opsporingsbevoegdheid, de bekwaamheid en betrouwbaarheid bezitten voor het uitoefenen van opsporingsbevoegdheden en hun opsporingsbevoegdheid ter zake is vastgelegd in een akte van beëdiging. Deze akte van beëdiging is mede tegen de achtergrond van de nota van toelichting bij het Bbo vereist voor de daadwerkelijke bevoedheid tot opsporing van de in die akte genoemde strafbare feiten. |
| 12-10-2010 | BN4163 | Art. 9.4 Politiewet 1993 jo. Art. 28.1 Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, Stb. 1994, 275. Insluitingsfouillering. Gelet op de strekking van deze bepalingen (veiligheid) moet worden aangenomen dat onder het aftasten en doorzoeken van kleding mede dient te worden begrepen een onderzoek van voorwerpen die de ingeslotene bij zich draagt of met zich voert. |
| 17-08-2010 | BN4825 | Vreemdelingenbewaring / oordeel vreemdelingenrechter over aanwending andere dan bij of krachtens Vw 2000 toegekende bevoegdheden |