Lexplicatie 4.1c; Politiewetgeving: Rechtspositie en Arbeidsvoorwaarden

Auteurs:
HelsenJongbloed prijs:
ca. € 59,50
Dit boek is uitverkocht
Boek | Ingenaaid | 505 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschijnt in 2009
ISBN-13: 9789013067767 | ISBN-10: 901306776X |
Inhoudsopgave


Nieuwe editie
Er is van dit boek een recentere editie bekend.
Samenvatting
De rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van de politie zijn verspreid over een groot aantal regelingen in de Nederlandse wetgeving vastgelegd. In deze uitgave zijn die regelingen gebundeld. Zowel het Besluit algemene rechtspositie politie als het Besluit bezoldiging politie is daarbij uitgebreid van artikelsgewijs commentaar voorzien.
Dit deel 4.1c uit de serie Lexplicatie vormt het derde gedeelte van de delen over politiewetgeving. Deel 4.1a bevat de Politiewet met commentaar en andere regelingen die betrekking hebben op het onderwerp politie en publiek. Deel 4.1b bevat de (uitvoerings)regelingen die specifiek betrekking hebben op de interne organisatie en de financiën van de politiekorpsen. Het onderhavige deel completeert de driedelige serie over politiewetgeving in Lexplicatie.
Serie
Rubriek / NUR
Staats- & Bestuursrecht
Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: Politie, Politiewet, Arbeidsvoorwaarden, Rechtspositie
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Aanwijzingsbesluit ambtenaren die van rechtswege overgaan naar de voorziening tot samenwerking politie Nederland
- AFUP-garantieregeling
- Anticumulatieregeling RPU Politie
- Beleidsregel veiligheidsonderzoeken voor de politie
- Besluit algemene rechtspositie politie
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 30-12-2010 | BP0236 | Tussenuitspraak. Afwijzing verzoek om vergoeding van ziektekosten op grond van artikel 53 van het Barp. Voor zover de afwijzing van het verzoek van appellant is gebaseerd op de gedachte dat in de kosten waarvan op grond van artikel 53 van het Barp vergoeding is gevraagd, is voorzien door een andere regeling, kan de beslissing niet door de daaraan ten grondslag liggende motivering worden gedragen. De enige twee overige aan de afwijzing van het verzoek van appellant ten grondslag gelegde argumenten, te weten een voorkeur voor aanvragen van nog actieve ambtenaren boven de aanvraag van appellant, en voor vergoeding van eenmalige kosten boven vergoeding van structurele kosten zijn, noch op artikel 53 van het Barp, noch op het Reglement Commissie Sociaal Fonds en de daarbij behorende toelichting terug te voeren. De Raad ziet aanleiding met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet, de korpsbeheerder op te dragen de motiveringsgebreken te herstellen. |
| 09-12-2010 | BO8431 | De korpsbeheerder heeft in de bestreden besluiten aangegeven de door de bezwarenadviescommissie aangedragen argumenten om eventueel toepassing te geven aan de hardheidsclausule, niet terzake doende te achten. Het voorgaande in aanmerking genomen, is dat een juiste opvatting. Nu betrokkenen geen omstandigheden hebben aangevoerd op grond waarvan hun situatie mogelijkerwijs toch als een bijzonder geval in bovenbedoelde zin is te beschouwen, is de conclusie van de korpsbeheerder dat de situatie, bedoeld in artikel 5 van het Flankerend Beleid, in hun geval niet aan de orde is, evenmin als onjuist of als ontoereikend gemotiveerd te beschouwen. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat de bestreden besluiten, voor zover deze het niet toepassen van de hardheidsclausule behelzen, een draagkrachtige motivering ontberen. Schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. |
| 06-08-2010 | BN3655 | Beroep ingetrokken. Afwijzing verzoek van appellante om de Minister te veroordelen in de in bezwaar en beroep gemaakte proceskosten. Niet is gebleken dat appellante voor de verleende rechtsbijstand door de Stichting Belastingwinkel Amsterdam enige bijdrage is verschuldigd geweest. Naar de Raad van de gemachtigde van appellante heeft begrepen, kunnen cliënten van de belastingwinkel in een daarvoor bestemde pot een bijdrage in de kosten deponeren. Een gehoudenheid daartoe bestaat evenwel niet. Dit betekent dat de door de stichting verleende rechtsbijstand naar het oordeel van de Raad niet kan worden aangemerkt als zijnde beroepsmatig verleend. Het door appellante genoemde arrest van het Gerechtshof ?s-Gravenhage doet aan dit oordeel niet af. |
| 29-07-2010 | BN3526 | Niet-ontvankelijkverklaring beroep. Geen procesbelang. |
| 02-04-2010 | BM1153 | Toekenning voorschot ingevolge de WW en WW-uitkering. Geen sprake van verwijtbare werkloosheid. |