Jongbloed, de boekhandel voor juridisch Nederland
Laatste nieuwsitems bij dit boek
Serie Wetteksten
16-07-2010 - Recent zijn 8 nieuwe edities verschenen in de serie Wetteksten. In de serie Wetteksten verschijnen wetsedities op specifieke rechtsgebieden. Hierin wordt die wet- en regelgeving opgenomen die voor het juridisch onderwijs relevant is.


Wetteksten strafvordering; Wetboek van strafvordering en aanverwante wet- en regelgeving 2010-2011

Nog geen auteurs bekend

Jongbloed prijs: € 18,25
Leverbaar Dit boek is leverbaar en op voorraad

Boek | Ingenaaid | 476 bladzijden | Nederlands
Kluwer | 2e editie | Verschenen in 2010
ISBN-13: 9789013075953 | ISBN-10: 9013075959 | PDF Inhoudsopgave



Samenvatting

In de serie Wetteksten verschijnen wetsedities op specifieke rechtsgebieden. Hierin wordt die wet- en regelgeving opgenomen die voor het juridisch onderwijs relevant is. Een zeer handige uitgave voor iedereen die voor studie, werkkring of privé-gebruik een teksteditie van deze specifieke wetgeving bij de hand wil hebben.

De wetsartikelen zijn in de marge voorzien van toelichtende kopjes en de pocket bevat een uitgebreid trefwoordenregister.
De bundels worden jaarlijks, vóór de start van het nieuwe studieseizoen, geactualiseerd.

Serie


Rubriek / NUR

Straf- & strafprocesrecht

Trefwoorden

Er zijn (nog) geen trefwoorden opgenomen voor dit boek

Literatuurlijsten


Wettenbundels

In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:

  • Algemene wet op het binnentreden
  • Besluit OM-afdoening (uittreksel)
  • Europees verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken
  • Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging, Straatsburg 15 mei 1972
  • Europees verdrag betreffende uitlevering
  • Toon alle wetten die in deze bundel staan.

Recente uitspraken bij deze wetten:
Datum LJN Samenvatting
27-04-2012 BV3426 Medewerking administratiekantoor aan onderzoek door belastingdienst naar cliënten; omvang (afgeleid) verschoningsrecht. Administratiekantoor geen geheimhouder als bedoeld in art. 53a Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. Kan zich beroepen op afgeleid verschoningsrecht geheimhouder indien deze administratie aan het kantoor heeft toevertrouwd. Trustkantoor heeft geen van geheimhouder afgeleid verschoningsrecht ten aanzien van stukken die belastingplichtige-niet-geheimhouder met geheimhouder heeft uitgewisseld, maar het kan beroep doen op recht van belastingplichtige op grond van art. 47 AWR afgifte van zulke stukken te weigeren. Administratiekantoor moet naam van desbetreffende belastingplichtige bekend maken en belastingdienst gelegenheid moeten bieden informatie te toetsen.
20-04-2012 BV3436 Strafrechtelijke veroordeling wegens verboden uitvoer afvalstoffen; slachtoffers stellen in buitenland civiele vordering in. Openbaar ministerie heeft op verzoek van slachtoffers ten behoeve van civiele procedure informatie uit strafdossier verstrekt. Verstrekking niet onrechtmatig; art. 39f lid 1 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, in samenhang met hoofdstuk 4, paragraaf 4 onder f van ?Aanwijzing verstrekking van strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden?, Stcrt. 2004, 223. Informatieverstrekking uit strafdossier kan zien op ander strafbaar feit dan het ten laste gelegde.
17-04-2012 BW2489 Uitlevering aan de VS. 1. Art. 26 UW. 2. Art. 3 EVRM. Ad 1. Niettegenstaande de huidige bewoordingen waarin het is gesteld moet worden aangenomen dat art. 26.1 UW er niet aan in de weg staat dat de rechtbank de oproeping van getuigen of deskundigen niet alleen kan gelasten met het oog op de vaststelling van de identiteit van de opgeëiste persoon maar ook indien zij zulks noodzakelijk acht in het kader van haar onderzoek van de ontvankelijkheid van het verzoek tot uitlevering en de mogelijkheid van inwilliging daarvan. De Rechtbank heeft de uitlevering toelaatbaar verklaard. De afwijzing van de diverse gedane verzoeken door de Rechtbank is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Ad 2. Uitlevering is ontoelaatbaar als de opgeëiste persoon in verband met de zaak met betrekking waartoe uitlevering wordt gevraagd is gefolterd door functionarissen van de verzoekende staat (vgl. HR LJN ZD0547). Het oordeel van de Rechtbank dat de gestelde foltering niet aan uitlevering in de weg staat aangezien niet is gebleken dat de opgeëiste persoon door of door toedoen van functionarissen van de verzoekende staat is gefolterd en dat - indien en voor zover de opgeëiste persoon in Pakistan is gefolterd - in ieder geval niet is gebleken van enige directe betrokkenheid van hen daarbij getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Voor het overige is de verwerping van het verweer feitelijk en niet onbegrijpelijk.
17-04-2012 BV8291 Wots-zaak. 1. Art. 2 Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (VOGP). 2. Art. 3.1.d WOTS en beroep op een strafuitsluitingsgrond. 3. Verzoek als bedoeld in art. 328 Sv jo. art. 331 Sv. Ad 1. Gelet op het toelichtend rapport van het art. 2 Aanvullend Protocol heeft de Rechtbank terecht geoordeeld dat ook in een geval als het onderhavige, waarin de veroordeelde eerst na ontvluchting de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen, art. 2 van toepassing is en dat daarmee een verdragsbasis voor de tenuitvoerlegging aanwezig is. Ad 2. De HR stelt voorop dat een in een vreemde Staat opgelegde sanctie in Nederland slechts kan worden tenuitvoergelegd voor zover, in geval van veroordeling, de dader naar Nederlands recht eveneens strafbaar zou zijn geweest ingevolge art. 3.1.d WOTS. Derhalve dient de Nederlandse rechter ingeval in de exequaturprocedure een beroep op een strafuitsluitingsgrond wordt gedaan welke naar buitenlands recht niet had kunnen worden ingeroepen, de gegrondheid van dat beroep te beoordelen, al dan niet na op de voet van art. 28.5 WOTS onderzoek te hebben gedaan. Het oordeel van de Rechtbank dat het Bulgaarse recht psychische overmacht als "een vorm van strafuitsluitingsgrond" kent, volgt niet zonder meer uit de door de Rechtbank genoemde stukken. Ad 3. Het middel klaagt terecht dat de Rechtbank heeft verzuimd te beslissen op het verzoek van de veroordeelde om de zaak aan te houden om een rapportage te laten maken; dit verzuim leidt ex. artt. 328 jo. 331 Sv jo. 28.4 WOTS tot nietigheid.
17-04-2012 BV9070 Ontvankelijkheid OM. Rechtmatigheid onderzoekshandelingen in buitenland. De HR stelt zijn overwegingen t.a.v. de toetsing van onderzoekshandelingen verricht in het buitenland voorop (HR LJN BL5629). Het Hof heeft in zijn overwegingen tot uitdrukking gebracht dat de omstandigheid dat de Nederlandse opsporingsambtenaren in onderhavige strafzaak niet bevoegd waren om tot aanhouding van de verdachte over te gaan op Duits grondgebied, niet een zodanig ernstig vormverzuim oplevert dat dit moet leiden tot de vergaande sanctie van niet-ontvankelijkheid van het OM in de vervolging. Het Hof heeft volstaan met de enkele constatering van het verzuim. ?s Hofs oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat het Hof in zijn afwegingen heeft betrokken dat met de naleving van het volkenrecht door Nederlandse opsporingsambtenaren in het buitenland in beginsel geen rechtens te respecteren belang van de verdachte is gemoeid en dat het tenlastegelegde feit op Nederlands grondgebied is gepleegd.