Strafrechtelijk bewijsrecht
Jongbloed prijs: € 39,50
Dit boek is leverbaar en op voorraadBoek | Gebonden | 320 bladzijden | Nederlands
Ars Aequi Libri | 6e editie | Verschenen in 2011
ISBN-13: 9789069168944 | ISBN-10: 9069168944


Samenvatting
De laatste vijfentwintig jaar is het bewijs en bewijsrecht uitgegroeid tot een van de belangrijkste en meest bediscussieerde onderwerpen binnen het strafprocesrecht. Het nationale recht en in het bijzonder de rechtspraktijk ondergaan in hoge mate invloed van het zich ontwikkelende mensenrechtenrecht, terwijl ook merkbaar is dat buitenlandse opvattingen en standaarden hun invloed doen gelden, bijvoorbeeld via het enorm toegenomen (kleine) rechtshulpverkeer en via de internationale tribunalen inzake oorlogsmisdrijven en de besluitvorming rondom het recentelijk opgerichte permanente internationale strafhof. Voorts kan de theorie van het bewijs zich verheugen in een groeiende belangstelling, waarbij ook wetenschappers en practici vanuit andere (forensische) disciplines zich niet onbetuigd laten. Ook deze ontwikkeling is over de nationale grenzen heen merkbaar.
Dit boek biedt een systematische behandeling van het Nederlandse strafrechtelijk bewijsrecht. De huidige stand van het recht wordt besproken, kritisch geëvalueerd en hier en daar tevens bezien in het licht van ontwikkelingen elders en te verwachten ontwikkelingen hier te lande.
Bijzondere aandacht wordt geschonken aan spanningen die de rechtsontwikkeling te zien geeft, bijvoorbeeld ten aanzien van enerzijds de vooronderstellingen waar vanuit de ontwerpers van het Wetboek van Strafvordering (1926) de wettelijke bewijsregeling hebben vormgegeven en anderzijds de praktijk van de rechtspraak, met name zoals deze reilt en zeilt binnen de door de Hoge Raad der Nederlanden en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens uitgezette kaders.
Strafrechtelijk bewijsrecht is te gebruiken als studieboek in de rechtenstudie en als handboek in de rechtspraktijk en in de parajuridische sfeer, met name in de praktijk van forensische deskundigen.
Hans Nijboer is hoogleraar bewijs en bewijsrecht aan de Universiteit Leiden. Als zodanig is hij directeur van het International Network for Research on (the Law of) Evidence and Procedure (INREP) en het Seminarium voor Bewijsrecht. Voorts werkt hij in de jaren 2010-2014 als rapporteur général voor de Association Internationale de Droit Pénal op het thema 'De informatiemaatschappij en het strafproces'
Inhoudsopgave:
Lijst met afkortingen
Hoofdstuk 1
Oriëntatie
1.1. De plaats van het strafrechtelijk bewijsrecht
1.2. Onderzoek en bewijs (algemeen)
1.3. Typering van het strafrechtelijk onderzoek en bewijs
1.4. Terminologie
1.5. Legaliteit en de wettelijke bewijsregeling
1.6. Het stelsel van de artt. 338344a Sv, 350 en 359-360 WvSv ten opzichte van andere stelsels
1.7. Internationale ontwikkelingen
1.8. Leeswijzer
Hoofdstuk 2
Acht kernpunten van de wettelijke regeling
2.1. De beperkte strekking van de bewijsregeling in het wvsv
2.2. De limitatieve opsomming van de wettige bewijsmiddelen
2.3. De compleetheid van het onderzoek op de terechtzitting en de gebondenheid van de rechter aan dat onderzoek
2.4. De vrije waardering door de rechter
2.5. De rechterlijke overtuiging
2.6. Dubbele bevestiging; de bewijsminima
2.7. In het uitgewerkt schriftelijk vonnis dient in bepaalde gevallen de bewezenverklaring tot in detail gemotiveerd te worden
2.8. Gegevens van algemene bekendheid behoeven geen bewijs
Hoofdstuk 3
De hoofdlijnen van de rechtsontwikkeling sinds 1926
3.1. De rechter in feitelijke aanleg en de cassatierechter
3.2. De cassatierechter en het wetboek van strafvordering: de toelating van het testimonium de auditu
3.3. Het gevolg: het praktisch belang van het voorbereidend onderzoek; de eerste drie uitzonderingen op de toelating van het testimonium de auditu
3.4. Correcties door het aanscherpen van de motiveringseisen algemeen
3.5. Verdere correctie op de toelating van het testimonium de auditu; de vierde uitzondering
3.6. De europese dimensie: het onmiddellijkheidsbeginsel en het ondervragen van getuigen; aanscherping van de vierde uitzondering, alsmede verdere uitzonderingen
3.7. Controle op de rechtmatigheid van het voorbereidend onderzoek: uitsluiting van onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal
3.8. Meer en Vaart en aanverwante jurisprudentie
3.9. De (on)betrouwbaarheid van bewijsmiddelen
3.10. De verantwoordelijkheid van de strafrechter en de opstelling van de verdediging
3.11. De wet incorporeert rechtersrecht
Hoofdstuk 4
Rechter en procespartijen in het strafgeding
4.1. De niet-lijdelijke positie van de rechter op de terechtzitting
4.2. Selectie en waardering van het beschikbare bewijsmateriaal
4.3. Beslissing en motivering als elementen in de rechterlijke oordeelsvorming
4.4. De stelplicht van het Openbaar Ministerie
4.5. Geen bewijslast voor de verdachte
4.6. Voorbeelden van bewijsverweren die door de verdediging kunnen worden opgeworpen
Hoofdstuk 5
Bewijsmiddelen en gegevens van algemene bekendheid
5.1. Het heterogene karakter van de opsomming in Art. 339 WvSv
5.2. Eigen waarneming van de rechter
5.3. Verklaring van de verdachte
5.4. Verklaring van een getuige
5.5. Verklaring van een deskundige
5.6. Schriftelijke bescheiden
5.7. Gegevens van algemene bekendheid
Hoofdstuk 6
De enkelvoudige en de samengestelde tenlastelegging
6.1. Inleiding; aard van de tenlastelegging
6.2. De enkelvoudige tenlastelegging
6.3. De cumulatieve tenlastelegging
6.4. De primair/subsidiaire tenlastelegging
6.5. De alternatieve tenlastelegging
Hoofdstuk 7
De bewijsconstructie in het uitgewerkt schriftelijk vonnis
7.1. De wettelijke eisen voor de inrichting van het schriftelijk vonnis
7.2. Weergave van de gebruikte bewijsmiddelen in het vonnis
7.3. Nadere overwegingen in het vonnis
7.4. Het nieuwe art. 359, lid 2, WvSv: uitdrukkelijk ingenomen en onderbouwde standpunten
7.5. Integratie van nieuwe vereisten in de wetgeving
Hoofdstuk 8
Enkele opmerkingen over de vrijspraak
8.1. De vrijspraak als zelfstandige einduitspraak
8.2. Vrijspraak en ontslag van alle rechtsvervolging
8.3. Enkele processuele consequenties van de vrijspraak
8.4. Partiële vrijspraak
8.5. De motivering van de vrijspraak
Hoofdstuk 9
Bewijsregels in bij- en nevenprocedures
9.1. Algemeen
9.2. Het rechtsgeding tot herkenning van veroordeelden of van andere gevonniste personen
9.3. Wet Administratieve Handhaving Verkeersvoorschriften
9.4. Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel
9.5. De vordering van de benadeelde partij
9.6. Het buitengewone rechtsmiddel van herziening
Hoofdstuk 10
Slotbeschouwingen
10.1. Balans van meer dan 80 jaar jurisprudentie: het evenwicht verstoord?
10.2. Enkele opmerkingen over de inquisitoire stijl van procederen, mede in het licht van de Europese rechtsontwikkeling
10.3. New Evidence Scholarship en andere ontwikkelingen in theorie en praktijk
10.4. Actuele discussies in Nederland
Rechtspraakregister
Personenregister
Zakenregister
Serie
Rubriek / NUR
Trefwoorden
De volgende trefwoorden zijn opgenomen bij dit boek: 4.210 Nederland, Bewijs, Strafrecht, Strafprocesrecht, Bewijsrecht