Wetteksten Horeca 2011

Auteurs:
JoostenJongbloed prijs:
€ 45,00
Dit boek is leverbaar en op voorraad
Boek | Ingenaaid | 886 bladzijden | Nederlands
Berghauser Pont Publishing | 1e editie | Verschenen in 2011
ISBN-13: 9789073875067 | ISBN-10: 9073875064 |
Inhoudsopgave


Samenvatting
Zeer uiteenlopende wetgeving zoals de Drank- en Horecawet, Wet Bibob, Winkeltijdenwet, Tabakswet en de Wet politiegegevens zijn in deze bundel vertegenwoordigd. Daarnaast zijn de Vreemdelingenwet en de belangrijkste wetten op het gebied van Omgevingsrecht opgenomen.
Nieuwe wetgeving en wetsvoorstellen
Deze bundel is samengesteld in oktober 2010, maar wordt automatisch geactualiseerd op het moment van uw bestelling. In het bijzonder is in deze uitgave de volgende wijziging verwerkt:
•Vreemdelingenbesluit 2000
Rubriek / NUR
Staats- & Bestuursrecht
Aankomende cursussen omtrent Staats- & Bestuursrecht:
Juridische kalender
Trefwoorden
Er zijn (nog) geen trefwoorden opgenomen voor dit boek
Literatuurlijsten
Wettenbundels
In deze titel zijn een aantal wetten opgenomen waaronder:
- Besluit aanvulling omschrijving slijtersbedrijf
- Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit)
- Besluit bestuurlijke boete Drank- en Horecawet
- Besluit BIBOB
- Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet
- Toon alle wetten die in deze bundel staan.
Recente uitspraken bij deze wetten:
| Datum | LJN | Samenvatting |
| 25-04-2012 | BW3837 | Bij besluit van 2 augustus 2010 heeft het college zijn beslissing om op 18 mei 2010 de in de garagebox aan de [locatie] te Eindhoven (hierna: het perceel) aangetroffen hennepkwekerij af te sluiten van de energievoorziening, te ontmantelen en de daaraan gerelateerde zaken uit de garagebox te verwijderen en af te voeren, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor rekening van [appellant] gebracht. |
| 20-04-2012 | BV3436 | Strafrechtelijke veroordeling wegens verboden uitvoer afvalstoffen; slachtoffers stellen in buitenland civiele vordering in. Openbaar ministerie heeft op verzoek van slachtoffers ten behoeve van civiele procedure informatie uit strafdossier verstrekt. Verstrekking niet onrechtmatig; art. 39f lid 1 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, in samenhang met hoofdstuk 4, paragraaf 4 onder f van ?Aanwijzing verstrekking van strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden?, Stcrt. 2004, 223. Informatieverstrekking uit strafdossier kan zien op ander strafbaar feit dan het ten laste gelegde. |
| 18-04-2012 | BW3050 | Besluit waarbij het college geweigerd heeft een aantal voorschriften te wijzigen die zijn verbonden aan de revisievergunning als bedoeld in art. 8.4, lid 3 van de Wm voor een inrichting voor het vervaardigen van producten voor vloeren, daken, wegenbouw en industrie. Het dagelijks bestuur heeft het verzoek van vergunninghouder om wijziging van een voorschrift afgewezen omdat inwilliging van dat verzoek er toe zou leiden dat de grondslag van de aanvraag voor de revisievergunning wordt verlaten. De Afdeling overweegt dat volgens haar vaste jurisprudentie, onder meer neergelegd in de uitspraak van 2 juni 2004, in zaak nr. 200306586/1 (LJN: AP0406), een vergunning verleend krachtens de Wet milieubeheer niet met toepassing van art. 8.24, lid 1 van de Wet milieubeheer zodanig kan worden gewijzigd, dat daarmee de grondslag van de aanvraag om die vergunning wordt verlaten. Voor een dergelijke verandering dient een veranderings- of revisievergunning te worden verleend. De Afdeling overweegt verder dat art. 8.24 van de Wet milieubeheer in het algemeen grondslag biedt voor een versoepeling van een milieunorm die is vastgelegd in de voorschriften van de vergunning of in de aanvraag om die vergunning. De wijziging van voorschrift 3.3.1, die strekt tot een verruiming van de geurcontour, brengt op zichzelf geen uitbreiding of verandering van de vergunde activiteiten met zich. Met de wijziging van dit voorschrift ontstaat evenmin een andere inrichting dan destijds is aangevraagd. Het enkele feit dat de in de aanvraag of het vergunningvoorschrift vastgelegde geurcontour wordt verruimd, betekent niet dat de grondslag van de aanvraag of van de vergunning wordt verlaten. Anders dan waar het dagelijks bestuur van uitgaat, is de omvang van de geuremissie en in verband daarmee het aantal gehinderden, niet van belang bij de beantwoording van de vraag of de grondslag van de in 2007 verleende vergunning of de aanvraag daarvan wordt verlaten, maar alleen bij de milieuhygiënische beoordeling van het verzoek om wijziging. Het bestreden besluit, voor daarbij het verzoek om wijziging van een voorschrift is afgewezen, is in strijd met art. 3:46 Awb dat bepaalt dat een besluit berust op een deugdelijke motivering. |
| 12-04-2012 | BW4068 | Niet is gebleken dat de verzending van het afschrift van de uitspraak per faxbericht in het onderhavige geval met de door artikel 8:37, eerste lid, van de Awb, vereiste waarborgen was omkleed. Nu evenwel niet in geschil is dat appellanten het afschrift van de uitspraak per faxbericht op 13 januari 2012 hebben ontvangen en de waarborg van artikel 8:37, eerste lid, van de Awb erin is gelegen te verzekeren dat de betrokken partij het afschrift van de uitspraak daadwerkelijk ontvangt, bestaat geen grond voor het oordeel dat de aangevallen uitspraak niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. |
| 03-04-2012 | BW1435 | Omdat dit verblijfsrecht, gelet op overweging 2.2.3., formeel beperkt is, valt het onder de categorie verblijfsrechten als omschreven in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de richtlijn. Daarom wordt de periode van 31 augustus 2006 tot 28 september 2006 op grond van artikel 4, tweede lid, van de richtlijn niet in aanmerking genomen bij de berekening van de duur van het in het artikel 4, eerste lid, bedoelde verblijf. Uit artikel 4, tweede lid, van de richtlijn volgt evenwel niet dat deze periode een onderbreking van het legale verblijf als bedoeld in het eerste lid vormt. De periode wordt alleen niet meegeteld, zodat een vreemdeling die in de vijf jaar voorafgaand aan zijn aanvraag enige tijd een formeel beperkt verblijfsrecht heeft gehad, eenzelfde periode langer legaal en ononderbroken in de lidstaat zal dienen te verblijven om aan de vereisten van artikel 4, eerste lid, van de richtlijn te voldoen. (?) Op grond van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd als EU-langdurig ingezetene echter reeds worden afgewezen, indien de vreemdeling in de vijf jaar direct voorafgaand aan zijn aanvraag een formeel beperkt verblijfsrecht heeft gehad. (?)
|